Kris Peeters en de ‘democratisering’ van Myanmar

 “Vlaams minister-president Kris Peeters heeft zijn economische en politieke missie in Myanmar afgerond. Twintig Vlaamse bedrijven legden er contacten die kunnen uitmonden in investeringen en samenwerking. Peeters benadrukt dat het democratiseringsproces in Myanmar wel moet worden voortgezet.” tot zover ‘De Tijd’.

Het officiële bezoek, verleden week, van Kris Peeters aan Myanmar profileerde zich vooral als een steunbetuiging aan de ‘pro-democratie’ oppositie (alle andere partijen zijn dan per definitie verdacht) en haar zorgvuldig gecultiveerd boegbeeld Aung San Suu Kyi, in het vooruitzicht van de tussentijdse verkiezingen van april as. In december ll. bracht  Hilary Clinton reeds een driedaags bezoek aan Myanmar met twee erg gemediatiseerde ontmoetingen met Aung San Suu Kyi met dezelfde bedoeling. De regering van Myanmar kan maar best alert blijven om zijn soevereiniteit te verzekeren tegenover deze buitenlandse krachten. http://www.wacbelgium.be/nieuws/icoon-aung-san-suu-kyi

Deze steun aan de ‘democratie’ kadert namelijk in het grotere plan van de Buitenlandse inmenging van het Westeren in de Binnenlanse politiek  in Myanmar om de huidige regering te ondermijnen en door regime-verandering de mega-multinationals/financiële elites van deze wereld vrij spel te geven. Dat is het lot dat alle soevereine staten die zich niet onderwerpen aan het Westers Imperialisme te wachten staat.

De regering van Myanmar aligneert zich met China en weigert zijn havens als Westerse marinebazissen open te stellen. Het land heeft een ruim genationaliseerde economie, gesloten voor de grote multinationals, banken en investeerders. Het Westen wil Myanmar onder haar controle brengen en de destabiliserende technieken bieden de beste kans om dat te realiseren.

Macht is nooit een zaak van ‘amateurs’. Ze vraagt vakmansschap

Oorlog kan op veel manieren gevoerd worden: economisch, door sancties, blokades en financiële isolatie, militair, door het gebruik van dreiging met geweld, electronisch, door cyber-aanvallen om bankrekeningen te bevriezen en de regering en communcatiesystemen te ontwrichten, en door andere methodes voor destabilisering, om een vijandige gemeenschap onbestuurbaar te maken. Het is niet juist om aan te nemen dat oorlog beperkt is tot geweld en dat geweld steeds de meest schadeberokkende vorm van oorlog is. Andere vormen kunnen even verwoestend zijn. Anti-war-activisten zouden zich moeten bevragen: Tegen wat ben ik? Geweld of oorlog om imperialistische doelen te bereiken?

Proponenten

Peter Ackerman, een steenrijk investeerder en lid van de Council on Foreigne Relations (CFR) en Robert Helvey, een Vietnam-veteraan en militair attaché op de VS-ambassade in Rangoon van 1983 tot 1985 zijn de voorstanders van een ‘geweldloos’ alternatief voor militaire interventie. Als studenten van Gene Sharp die een theorie ontwikkelde over ‘hoe regeringen destabiliseren met geweldloze methodes’  leiden Ackerman en Helvey een soort van ‘Imperialistische Internationale’ die een modern type van huurlingen traint die de wereld rond trekken, betaald door Westerse regeringen en NGO’s, om lokale groepen te trainen in ‘regime-verandering’.

Een kritiek op Gene Sharp’s ideeën werd onlangs neergepend door Guilietto Chiesa in een artikel ‘Comment on bat les régimes’. http://www.mondialisation.ca/index.php?context=va&aid=29812

Chiesa is journalist en Italiaans politicus, oud-Euro-parlementslid, auteur van de film ‘Zero – enquête sur le 11-septembre’ (http://zero.reopen911.info/)

‘Geweldloosheid’ in Sharp’s theorie is een politieke techniek om buitenlandse regeringen omver te werpen en macht te verwerven. Het is een vorm van Westerse oorlogvoering die gebruik maakt van geweldloze legers achter vijandige linies. Het is ook Sharp’s analyse over hoe regime-verandering kan bereikt worden die Helvey, als militaire strategist en oorlogsveteraan, naar Sharp’s geweldloosheid dreef. Ackerman, Sharp en Helvey zijn tegen geweld, niet uit morele principes maar omdat ze geloven dat geweld vaak een inefficiënte methode is om te bereiken wat politiek geweld normaal wil bereiken: het verwerven van macht. Bewegingen die de strategische keuze maken om geweld te weren hebben een veel beter succesverhaal. Met andere woorden: Sharp’s bijdrage aan de vredesbeweging is om aan de leidende klasse te tonen dat ze haar imperialistische doelen kan bereiken met niet-militaire middelen.

Sharp positioneert zichzelf als erfgenaam van Gandhi en Martin Luther King Jr en dat is natuurlijk slimme marketing. Maar zij zochten om verandering te brengen in het systeem zelf en binnenlands. Sharp is ‘buitenlandse politiek’, om buitenlandse regeringen ten val te brengen,  niet voor sociale, economische of politieke rechtvaardigheid. Het gaat over machtsgrepen in het buitenland. Voorheen werden deze machtsgrepen door Buitenlandse Inlichtingendiensten georganiseerd met militaire steun. Ackerman en Helvey hebben die functie overgenomen, maakten het semi-open en scheppen de illusie dat het progressief is. Om het proper te doen lijken weigeren ze CIA- en Militaire steun. (wegens hun slecht  imago in die bewegingen)

De moderne geweldloze huurlingen die de wereld rondreizen op kosten van Wetserse regeringen en NGO’s worden gevierd als ‘pro-democratie’ aktivisten. Zelfs sommige linkse intellectuelen refereren naar deze groepen als ‘onafhankelijk’ democratisch links. Uit onwetendheid of collaboratie – omdat ze wellicht dezelfde traditionele technieken gebruiken geassocieerd met links, maar wel met andere doelen.

Servië

Achter de schijnbare spontane opstand die Milosevic van de macht verdreef zat een zorgvuldig bestudeerde strategie met behulp van Westerse krachten. Helvey stond in het centrum. Hij trainde Servische groeperingen van vooral jongeren (OTPOR) hoe ze Slobodan Milosevic’s regering konden destabiliseren. Alle elementen uit Sharp’s strategie werden gebruikt. Sancties werden heel gericht opgelegd waarbij bijvoorbeeld gemeenten die de oppositie steunden, vrijgesteld werden.

Westerse regeringen en multinationals spenderen miljoenen aan deze destabiliserende beweging. Hun inbreng om Milosevic te dumpen was massief. ‘Consultants’ speelden een cruciale rol achter de schermen in praktisch alle facetten van de anti-Milosevic beweging. Het organiseren van peilingen, het trainen van duizenden oppositie-activisten en het helpen organiseren van een parallelle stemmentelling. De Westerse belastingbetalers betaalden 5 000 spuitbussen voor student-activisten om anti-Milosevic graffiti op muren te schilderen over heel Servië, 2.5 miljoen stickers met de slogan ‘He ‘s finished’’ wat de revolutionaire slagzin werd. Ackerman maakte er een documentaire van getiteld ‘Bringing Down a Dictator’ (voorspelbare Sharp-taal)

Iran

Eenzelfde scenario werd voorzien voor Iran: een kleine, goedgetrainde, geweldloze voorhoede die de weerstandsgedachte bij de massa’s zou introduceren.Het plan voorzag in 400 miljoen $ in geheime fondsen voor aktiviteiten die gingen van spionnage in Iran’s nucleair programma tot het steunen van oppositie-groepen. (New York Times, 4 jan 2006). De films van Ackerman werden in het Farsi vertaald en uitgezonden via de in Los Angeles gevestigde Iraanse satelietnetwerken. Iraanse Amerikanen waarvan velen volgelingen van Reza Pahlavi, de zoon van de afgezette shah, waren werden getraind.

Myanmar

Met de socialist Milosevic uit de weg en Servië open voor de overname door Westerse investeerders trok Hevley terug naar Myanmar om daar de ‘destabilizering’ te organiseren. Van 1992 tot 1998 gaf Helvey 8 keer een 6-weken- cursus voor meer dan 500 leden van de ‘National Council Union’ van Birma over hoe Sharp’s technieken toe te passen om de Myanmar-regering te ondermijnen. Deze workshops die plaatsvonden in grensgebieden met Thaïland werden gezien als het trainen van trainers die dan deze ideeën voor verandering in hun thuisbazis verspreidden. Deze huurlingen trainden naar schatting een 3000 Birmanen – met inbegrip van Boeddhistische monniken – in de filosofie en strategie van geweldloos verzet.

Deze voorbereiding  – samen met materiële ondersteuning zoals GSM’s – hielp om de bazis te leggen voor dissidente Boeddhistische monniken in sept 2007 om op te roepen tot een religieuze boycott van de Chunta die voorafging aan het grootste anti-regeringsprotest ooit.

De Birmaanse oppositie-aktivisten erkennen dat ze technische en financiële hulp krijgen. De hulp komt van het in Washington gevestigde ‘National Endowment for Democracy’, George Soros’s ‘Open Society Institute’  en verschillende Europese landen. Het gaat om 10-tallen miljoenen € per jaar. Deze fondsen worden gebruikt ter ondersteuning van oppositie-media, oa de ‘Democratic Voice of Birma’.

Een pijler voor het ondermijnen van de morele authoriteit van een vizeerde regering is het voortdurend gebruik van de woorden ‘dictatoriaal’ (de regering die moet neergehaald worden) en ‘democratisch’ (de oppositie) tot idee wijd genoeg aanvaard is dat herhaaling niet meer nodig is. Het doet er niet toe of dat de realiteit is. Wat telt is dat het ‘geloofd’ wordt waar te zijn. En indien de ‘dictator’ verkozen is, is de conclusie van de ‘destabiliseerders’ dat de verkiezingen wel een ‘electorale fraude’ moeten zijn, zelfs soms voor de verkiezingen gehouden worden, zoals in Iran bij de her-verkiezing van president Mahmoud Ahmadinejad of in Servië bij de presidentsverkiezingen van 2000 of in Rusland onlangs. Het komt erop aan dat de Westerse media en hun regerings-propagandamachine  maar genoeg de klacht van de oppositie herhalen.

Maar misschien is het mogelijk dat dit Westerlingen kan stimuleren om na te denken hoe zij ook deze ‘destabiliserende’ technieken zouden kunnen gebruiken om macht te verwerven in hun eigen land om de echte strijd om democratie te winnen.

Reacties

Marc.Vg
Offline
Last seen: 1 jaar 17 weken geleden
Samengevoegd: 04/25/2010
Luc DM
Offline
Last seen: 5 uur 9 min geleden
Samengevoegd: 08/09/2010