Oostenrijk: volksinitiatief ‘Uittreding uit EU’

In Oostenrijk werd op 17 december 2014 het ‘Volksinitiatief voor uittreding uit de EU’ neergelegd bij de bevoegde autoriteiten om een volksstemming te houden over het uittreden van Oostenrijk uit de Europese Unie.

Motivering

In werkelijkheid zijn ongeveer alle gedane beloftes van voor de toetreding tot de EU die leidden tot de aanvaarding door de kiezers met de voeten getreden. In plaats van vooruitgang heeft Oostenrijk een ramp meegemaakt op praktisch elk domein: meer werkloosheid, groei van de Staatsschuld, vermindering van de koopkracht voor de overgrote meerderheid , meer criminaliteit, bijna totale verdwijning van de kleine landbouw en aftakeling van het leefmilieu.... De beslissingen van de EU worden volgens de mening van grote groepen van de bevolking, gedicteerd door de multinationals van de kernindustrie, de chemie, genetische technologie, internationale commerciële ketens, die geen enkele mogelijk laten voor een korte-kring-bevoorrading  met respect voor de natuur en zekerheid in geval van crisis.

De vredespolitiek in het bijzonder wordt bedreigd door de de toetreding tot de EU, een EU die systematisch het recht op zelfbeschikking van volkeren met de voeten treedt dat de basis vertegenwoordigt van vrijheid en vrede. De deelname van Oostenrijk aan de sancties tegen Rusland is niet verenigbaar met zijn eeuwige neutraliteit die in de Grondwet ingeschreven staat.  Wij willen een vrij en neutraal Oostenrijk dat geen kolonie van Brussel noch Washington is. We willen in geen geval meegesleurd worden in internationale conflicten waarmee we niets van doen hebben en die militair gesproken erg gevaarlijk zijn voor de vrede. Laat ons het kwaad bestrijden vanaf het begin, anders zou het kunnen te laat zijn!

De geheime onderhandelingen die sedert verschillende jaren gevoerd worden tussen de EU en de Verenigde Staten / Canada om een transatlantisch vrije-handels akkoord te sluiten (TTIP zie hier en hier) zouden niet gelden voor ons indien we geen lid van de UE meer zouden zijn. Hetzelfde geldt voor de netto-bijdragen  die Oostenrijk als lid van de EU sinds 20 jaar moet betalen. Oostenrijk krijgt slechts een klein deel terug van de 30 miljard Oostenrijkse schilling die jaarlijks moeten gestort worden. Deze teruggave wordt valselijk door de EU als ‘financiële hulp’ omschreven. Bovendien is Oostenrijk zelfs niet gemachtigd om dat geld naar eigen wens te besteden. Het gaat in feite om een zuiver verlies voor Oostenrijk sedert 20 jaar wat op die manier bijdraagt aan de afbraak van de sociale politiek en sociale bijdrage van de staat ten gunste van de bevolking in het algemeen.

Juridisch

Het uittreden uit de EU wordt juridisch gegarandeerd door art. 50 van het ‘Verdrag van Maastricht’ dat stipuleert:

§1: elke lidstaat kan conform aan zijn grondwettelijke bepalingen beslissen om zich uit de Unie terug te trekken.

§2: de lidstaat die beslist om zich terug te trekken maakt zijn intentie bekend aan de Europese Raad. In het licht van de richtlijnene van de Europese Raad, onderhandelt en sluit de Unie een akkoord waarin de modaliteiten vastgelegd worden van de uittreding, rekening houdend met het kader van de toekomstige betrekkingen met de Unie. Dit akkoord wordt onderhandeld overeenkomstig artikel 218, § 3 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Er wordt geconcludeerd namens de Unie door de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.

§3: de verdragen houden op toepasbaar te zijn op de betreffende staat vanaf de datum waarop het uittredingsakkoord in voege treedt of bij gebrek twee jaar na de kennisgeving geviseerd in §2, tenzij de Europese Raad in okkoord met de betreffende lidstaat eensgezind beslist om dit uitstel te verlengen.

Juridische handleiding ‘Das Recht der Europaïschen Union’  Grabitz, Hilf en Nettesheim (verschenen in 2014 bij Uitgaven C.H.Beck oHG)

De wezenlijke functie van het nieuwe art. 50 bestaat erin juridische duidelijkheid te scheppen. Het art. 50, §1 definieert het recht tot uittreding als een unilateraal optie-recht van iedere lidstaat. De analyse van dit artikel in zijn integraliteit justifieert het feit dat het gaat om een unilateraal vormgevend recht. Het stelt duidelijk dat het te onderhandelen akkoord tot uittreding geen belang heeft voor de validiteit van de uittreding, ttz. dat de juridische basis om uit de EU te stappen enkel en alleen berust op de unilaterale intentieverklaring van de staat die zich wenst terug te trekken. Dat correspondeert met de juridische status op grond van het internationaal recht. De tekst van §1 laat toe aan het lid dat zich wenst terug te trekken om niet alleen te ‘beslissen’, maar ook daarnaar overeenkomstig te handelen.

Commentaar van Dörr:

De uitoefening van het recht tot uittreding hangt volgens artikel 50 aan geen enkele voorafgaande materiële voorwaarde vast. Het gaat dus over een recht van vrije opzegging. De staat die zich wenst terug te trekken is op geen enkele manier gehouden om zijn beslissing te rechtvaardigen, noch tegenover de EU-instellingen noch tegenover de andere lidstaten. Geen enkele directieve kan dit beletten.

Er is nergens sprake van de verplichting tot betaling in geval van terugtrekking, integendeel. Oostenrijk zou niet alleen de mogelijk hebben om zijn jaarlijkse bijdrages uit te sparen als netto bijdrager, maar ook alle bijdragen aan de veronderstelde ‘reddingsplannen van de Euro’. Oostenrijk zou dus miljarden besparen aan bijdrages aan het Europees Stabiliteitsmechanisme (MES) alsook voor de exorbitante waarborg-verplichting voor het Europees Fonds voor Financiële Stabiliteit (FESF). Oostenrijk zou opnieuw zijn eigen munt kunnen uitgeven en een monetaire politiek voeren die in de eerste plaats gericht is op het welzijn van de nationale economie.